Vertrauen ist gut, Kontrolle ist besser?

Blog Werkplaats21 Vertrauwen ist gut

Voor het eerst in maanden zie ik mijn gewicht gestaag afnemen. Dankzij een app waarin je aangeeft naar welk gewicht je streeft en hoe lang je daarover wilt doen. Vervolgens registreer je elke dag wat en hoeveel je eet en drinkt. En de app geeft aan hoeveel calorieën je die dag nog in kunt nemen. Als je niet meer neemt dan de app aangeeft, bereik je op de door jou ingestelde streefdatum je streefgewicht. Een kind kan de was doen.

Na dagen de app te hebben gebruikt, deed zich iets onverwachts voor. Niet in de app, maar in de gebruiker van die app: ik dus. Ik wilde de dag en de app afsluiten met wat ik als laatste had verorberd: vijf speculaasjes. Ik had ze nog maar net ingevoerd of daar doemde, in alarmerend rood, een getal op dat aangaf met hoeveel calorieën ik mijn dagrantsoen had overschreden. Op dat moment deed zich het onverwachte voor: als door een bij gestoken schrapte ik direct zoveel speculaasjes, dat het getal geruststellend groen kleurde.

De geruststelling bleek van korte duur. Omdat ik het een vreemde impulsieve reactie vond die ik niet begreep: sjoemelen met gegevens, die nota bene niet eens worden gecontroleerd. Gelukkig blijk ik niet de enige te zijn die weleens sjoemelt. Bankiers doen dat ook. Onderzoekers lieten 135 bankiers een ‘kop of munt’ spelletje spelen. Gooi je kop, dan krijg je een beloning, gooi je munt dan krijg je niks. Elke speler schrijft zelf de score op en of die score in overeenstemming is met de werkelijkheid controleert niemand.

De 135 bankiers claimden dat ze meer dan de helft, 58%, ‘kop’ hadden gegooid. De statistiek leert ons echter dat dit niet kan. Want als 135 bankiers elk 5 maal een munt opgooien, dan wordt er in totaal evenveel kop als munt gegooid. Conclusie: de scores die de bankiers optekenden konden geen getrouwe weergave zijn van de feiten. Kortom: ze jokten. Toegegeven die 8% extra is makkelijk verdiend en je loopt geen enkel risico omdat er niet wordt gecontroleerd.

Om dit soort gedrag te voorkomen heeft de 2e Kamer op 18 september 2014 de bankierseed wettelijk vastgelegd en zal het daarbij behorende tuchtrecht ingaan op 1 april 2015. Nee, dat is geen grap. Als bankier moet je nu beloven dat je niet meer jokt. Doe je dat wel, dan kun je straf krijgen. Kennelijk vertrouwt de 2e Kamer op de positieve impact die een eed heeft op de gewetensfunctie van de bankier. Want je wilt het jokken wel laten, als je een eed hebt afgelegd. Toch?

Heeft je baas net gegeten, vraag dan meer salaris.

Blog Werkplaats 21 Heeft je baas net gegeten, vraag dan meer salaris

Een collega komt nog net op tijd binnen. Haastig verexcuseert hij zich voor zijn afwezigheid bij de gezamenlijke lunch, die vooraf ging aan het overleg. Tijdens het overleg valt je op dat je collega zich nogal tegendraads opstelt, als er een besluit moet worden genomen. Die houding ben je niet van hem gewend. Gedurende het overleg laat de volgende vraag je niet los: waarom gedraagt hij zich zo anders? Het antwoord op die vraag kan verrassend eenvoudig zijn: voorafgaand aan het overleg heeft je collega niets gegeten.

Een lege maag heeft invloed op de beslissingen die je neemt. Moet je na je ontbijt een beslissing nemen over een bepaald voorstel, dan is de kans 65% dat je het voorstel positief waardeert. En 0% als je datzelfde voorstel vlak voor de lunchpauze op je bord krijgt. Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt. Dit is de uitkomst van onderzoek naar 1112 rechterlijke beslissingen over het vervroegd in vrijheid stellen van gevangenen. Dit en ander onderzoek laat zien, dat we een voorstel negatiever waarderen naarmate de tijd verstrijkt, gerekend vanaf het moment dat we hebben gegeten.

Dus? Wil jij je baas een voorstel doen om jouw salaris te verhogen, doe dat dan niet tegen lunchtijd of tegen het einde van de werkdag! O ja. En zorg dat jij een lege maag hebt om ervoor te zorgen dat je niet meegaat met het eerste het beste voorstel dat je baas doet.

Nu!

Blog Werkplaats 21 Nu!

Je staat bij de bakker voor de toonbank en reageert op de vraag van de winkelbediende met: ‘een halfje volkoren graag’. Die woorden activeren in zijn brein een aantal cellen die een halfje volkoren herkennen. Zodra dit halfje op zijn netvlies verschijnt, ziet zijn brein het doel en komt in actie. Andere hersencellen zetten zijn lichaam in beweging en sturen het in de richting van het halfje volkoren. Om het daarna terug te sturen naar de toonbank waar jij staat te wachten op wat je hebt besteld.

Hoe complex het brein ook is, het stuurt ons gedrag op een eenvoudige manier: kijken, zien en doen. Die manier kenmerkt geautomatiseerde of onbewuste processen. Die processen sturen voor het overgrote deel het gedrag dat wij laten zien. En in die processen nestelen zich onze gewoontes en routines. Willen we verbeteringen aanbrengen in hoe we bijvoorbeeld op ons werk functioneren, dan vergt dat dus een aanpak die ingrijpt op onze gewoontes en routines. Een aanpak die aansluit op de manier waarop onbewuste processen gedrag sturen: kijken, zien en doen.

Dat is de manier waarop wij bij Werkplaats 21 te werk gaan. Wij komen met jou mee kijken op de plek waar verbeteringen wenselijk zijn of problemen vragen om een oplossing. Dan zien we samen wat mogelijk is om het functioneren van mensen, de samenwerking en werkprocessen te verbeteren. Om vervolgens direct aan de slag te gaan met wat je nu al kunt doen. Want nu is het enige moment waarop je kunt beginnen met verbeteren.