Blog Werkplaats 21 Ongewoon doen is heel gewoon 2

Ongewoon doen is heel gewoon (2)

Was de invoering van de verplichte rekentoets misschien een ongewone interventie om het rekenonderwijs naar een hoger niveau te tillen, het criterium om te slagen voor de rekentoets is ook best verrassend.

De rijksoverheid geeft vrij duidelijk aan wanneer je geslaagd bent en wanneer er een voldoende behaald is. Bij ‘vraag-en-antwoord’ staat: Je bent geslaagd als het gemiddelde cijfer voor de vakken van het centrale examen ten minste een voldoende is. Dat is onafgerond een 5,5 en Ga bij de berekening van het gemiddelde cijfer van het centraal examen uit van het onafgeronde cijfer. Je moet ten minste een 5,5 halen. Daarna gelden de overige uitslagbepalingen. Heb je gemiddeld een 5,4 gehaald? Dan ben je gezakt.

Het voorgaande laat geen onduidelijkheid over: 5,5 is een voldoende. Maar voor de verplichte rekentoets geldt volgens de kamerstukken van de Tweede Kamer aanvankelijk dat een 4,5 voldoende is om te slagen. Waarom introduceren ze nu deze complexe rekenregel?

Om te weten of je straks geslaagd bent, moet je dus heel goed kunnen rekenen. Is de rekentoets nu al overbodig geworden?